Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP3483

Datum uitspraak2004-06-23
Datum gepubliceerd2004-06-23
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200308202/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 21 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt (hierna: het college) aan de provincie Utrecht bouwvergunning verleend voor het bouwen van een veetunnel en een faunapassage aan de Universiteitsweg te De Bilt.


Uitspraak

200308202/1. Datum uitspraak: 23 juni 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 10 oktober 2003 in het geding tussen: appellant en het college van burgemeester en wethouders van De Bilt. 1. Procesverloop Bij besluit van 21 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt (hierna: het college) aan de provincie Utrecht bouwvergunning verleend voor het bouwen van een veetunnel en een faunapassage aan de Universiteitsweg te De Bilt. Bij besluit van 9 maart 2003 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 10 oktober 2003, verzonden op 31 oktober 2003, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 8 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 5 januari 2004. Deze brieven zijn aangehecht. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juni 2004, waar appellant in persoon, en het college, vertegenwoordigd door A.M. van Laar, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Appellant herhaalt in hoger beroep hetgeen hij in beroep bij de rechtbank heeft betoogd. De rechtbank heeft echter op juiste gronden het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat, nu er geen grond meer was om de bouwaanvraag aan te houden, aangezien het ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende voorbereidingsbesluit op 13 juli 2002 was vervallen en geen van de in artikel 40 van de Woningwet genoemde weigeringsgronden zich voordoet, het college niets anders kon dan de gevraagde bouwvergunning verlenen. 2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat. w.g. Van Dijk w.g. Lodder Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2004 17-439.